Secties
In opdracht van Jantje Beton doen we sinds 2013 regelmatig onderzoek naar buitenspeelgedrag van kinderen. Begin 2026 deden we een herhaalmeting onder kinderen van 6 t/m 12 jaar en hun ouders. Gemiddeld spelen Nederlandse kinderen van 6 tot en met 12 jaar 7,6 uur per week buiten. Dat is een lichte stijging ten opzichte van 2024 (7,2 uur), maar nog altijd duidelijk minder dan in 2022, toen kinderen gemiddeld 9,9 uur per week buitenspeelden. Tegelijkertijd blijft de wens groot: meer dan de helft van de kinderen zou vaker buiten willen spelen dan ze nu doen.
Leefomgeving van grote invloed
Hoeveel kinderen buitenspelen in Nederland, hangt sterk samen met waar ze opgroeien. Kinderen in zeer sterk stedelijke gebieden spelen gemiddeld 6,9 uur per week buiten, terwijl kinderen in niet-stedelijke gebieden gemiddeld 8,7 uur buiten spelen. Ook spelen kinderen uit sterk stedelijk gebieden aanzienlijk minder vaak buiten zonder toezicht van een volwassene, mogen ze minder vaak zelf bepalen of ze buiten gaan spelen en spelen ze minder vaak alleen buiten dan kinderen uit niet-stedelijke gebieden.
Deze verschillen laten zien dat de fysieke leefomgeving een duidelijke rol speelt in het buitenspeelgedrag van kinderen en hoe ouders kijken naar buitenspelen. In stedelijke gebieden ervaren ouders bijvoorbeeld vaker dat de omgeving minder sociaal of verkeersveilig is. Ook zijn speelplekken niet altijd dichtbij: meer dan een derde van de ouders geeft aan dat er geen speelplek binnen 200 meter van hun woning ligt, terwijl dat volgens de vuistregel van het RIVM wel wenselijk is. Daarnaast speelt de inrichting van buurten een rol. In wijken met meer groen en ruimte spelen kinderen gemiddeld vaker buiten en beoordelen zij buitenspelen ook positiever.
Grootste drempel: te weinig andere kinderen buiten
Een andere opvallende uitkomst van het onderzoek is dat de grootste drempel om buiten te gaan spelen niet digitale alternatieven zijn, maar het ontbreken van buitenspeelmaatjes. Zo noemt ruim 40% van de kinderen ‘te weinig andere kinderen buiten’ als reden om binnen te blijven. Wanneer er weinig kinderen buiten zijn, ontstaat een zichzelf versterkend effect: kinderen gaan minder snel naar buiten als ze verwachten dat er niemand is om mee te spelen. Naast het ontbreken van speelmaatjes, noemen kinderen en ouders ook vaak aantrekkelijke alternatieven binnen, gebrek aan leuke of uitdagende speelplekken en verkeersveiligheid als belemmeringen om buiten te spelen.
Enthousiasme voor buitenspelen blijft groot
Ondanks de drempels zijn kinderen zelf nog altijd positief over buitenspelen. Zij geven buitenspelen gemiddeld een rapportcijfer 8,0, en vier op de vijf kinderen zeggen zich na het buitenspelen blij en vrolijk te voelen. Ook ouders onderschrijven het belang: zij waarderen buitenspelen gemiddeld met een 8,7 en noemen vooral frisse lucht, beweging en de fysieke ontwikkeling van kinderen als belangrijke redenen.
Wanneer kinderen wordt gevraagd wat nodig is om vaker buiten te spelen, noemen zij vooral praktische oplossingen:
- meer en leukere speelplekken
- meer kinderen buiten om mee te spelen
- minder schermtijd
Ook ouders benadrukken het belang van speelplekken in de buurt en een veilige speelomgeving
Meer dan een individuele keuze
Natasja van der Laan, de verantwoordelijk onderzoeker: "De resultaten laten zien dat buitenspelen niet alleen een kwestie is van individuele keuzes, maar ook van de inrichting van buurten en de mogelijkheden die kinderen in hun omgeving hebben. Met de inzichten uit het onderzoek bieden we Jantje Beton waardevolle input om zich doelgericht in te blijven zetten om buitenspelen in heel Nederland mogelijk te maken."
Latest insights
Onze laatste ontwikkelingen
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief om
regelmatig updates te ontvangen over onze nieuwste inzichten en onderzoeken.
Onze experts over de hele wereld produceren voortdurend inzichten met betrekking tot vraagstukken in het publieke domein, die wij graag delen.
Je kunt je op elk moment uitschrijven.